|
De afgelopen dagen was het erg onstabiel en op diverse
plaatsen vielen er forse buien en hier en daar werden zelfs
wind- en waterhozen gezien. Aan de andere kant waren er ook
gebieden waar de zon regelmatig doorbrak en er qua neerslag
maar weinig gebeurde. Hoe dan ook, er werden fraaie luchten
gezien en de liefhebbers van spectaculaire wolkenluchten
kwamen dan ook volledig aan hun trekken. Hier en daar had
men het geluk om uitermate spectaculaire plaatjes te
schieten.
In het
navolgende verhaal zullen we eens vertellen wat er zoal op
deze wolkenfoto’s is te zien. We doen dit niet aan de hand
van foto’s daar waar het weerbeeld extreem spectaculair was
of de hemel een beeld toonde dat maar zelden is te zien. De
geluksvogels die dat met eigen ogen hebben gezien en er in
slaagde het ook op de (digitale) plaat vast te leggen, mogen
zich gelukkig prijzen.
Wij
behandelen een aantal meer “gewone” wolkenfoto’s, die op
zich ook best mooi zijn, en allemaal eergisteren (vrijdag
dus) zijn geschoten vanuit Bennekom. Ze tonen een beeld
zoals dat door veel mensen kon worden gezien en daarom is er
ook wat van te leren. Vergelijkbare luchten kunnen wellicht
de komende week nog vaker worden gezien, maar op maandag
niet. Uit een gesloten wolkendek zal het dan aanhoudend en
overvloedig regenen…
|
 |
Foto
1, net als alle anderen, gemaakt vanuit Bennekom, op
vrijdag 11 augustus. Zie de tekst voor een nadere
verklaring.
|
Foto 1 is
vrijdagochtend genomen, richting het noordwesten. Er zijn
heel wat verschillende wolken te zien. Het heeft in de
ochtend een tijdlang geregend, maar die buien zijn inmiddels
naar het zuidoosten weggetrokken. Vaak ontstaat er, als de
lucht van onder tot boven verzadigd is van vocht, op diverse
niveaus onder het wolkendek waar de regen uit valt, nieuwe
bewolking die, zeker als het stevig waait, er rafelig en
verbrokkelend uitziet. Een deel van deze zogenaamde
“fracto-stratus” is midden-links nog zichtbaar op de foto.
Hij lijkt erg donker, maar dat komt in dit geval omdat deze
laaghangende wolk niet door de zon wordt beschenen, dit in
tegenstelling tot de wolken op grotere hoogte en dichter bij
de horizon. De lage flarden aan de onderkant is typerend
voor fracto-stratus, maar de bovenkant van de wolkenbank
lijkt wat op te bollen en vormt aldus meer een
strato-cumulus wolk, een mengvorm tussen een gelaagde
(stratus) wolk en een stapelwolk, de cumulus. Deze mengvorm
wordt in ons land heel vaak gezien.
Hoog aan
de hemel hangt ook bewolking die er status-achtig oogt. In
feite is dit ook een wolkenbank die in de eerder vallende
regen werd gevormd, maar zich simpelweg een stuk hoger
ophoudt. Hij is meer wit gekleurd, omdat hij het zonlicht
vangt.
Verder is
natuurlijk de wolkenband boven de horizon zeer markant. Het
betreft hier een keten van flink uit de kluiten gewassen
cumuluswolken, die van basis tot de top groter zijn dan de
afstand van de basis van de wolk tot op de grond. We noemen
dit “cumulus-congestus” wolken. Grote stapelwolken dus, die
echter nog niet het buienstadium hebben bereikt. Dat is te
zien omdat de bovenkant van deze wolken er ook nog scherp,
“bloemkoolachtig” uitziet.
Opvallend
is ook dat boven deze rij van grote stapelwolken een dikke
band met vrij egale hoge bewolking is te zien. Deze dichte
bewolking hangt véél hoger dan de stapelwolken daarvoor en
ook nog een stuk verder weg richting het noordwesten. Het
zijn de verijsde bovenkanten van enorme buienwolken, die in
de uren daarvoor in delen van Noord-Holland, Flevoland en
Noord-Gelderland 15 tot 30 mm neerslag hadden achtergelaten.
De bovenkanten van deze buien kunnen, als de hemel daarvoor
helder is, wel tot op meer dan 100 km afstand worden gezien…
Door de winden op grote hoogte waaieren deze schermen vaak
in de vorm van een aambeeld uit.
|
 |
Foto
2, rond 20 minuten na foto 1 gemaakt. Zie verder de
tekst.
|
Foto 2
laat het beeld zien zoals dat, in dezelfde richting kijkend,
een 20 tal minuten later kon worden bewonderd. Nog steeds is
links de donkere fracto-stratusbewolking zichtbaar, die toen
echter als deels was opgetild en opgelost. De aambeelden van
de buien in het noordwesten worden hierdoor nog wat
duidelijker zichtbaar, al bevinden de buien zélf zich nog op
een behoorlijke afstand. Daarvoor is de rij van flinke
stapelwolken wat dichterbij gekomen. Uit de diverse omhoog
schietende “koppen” is de onrust in de atmosfeer duidelijk
af te lezen. Nog steeds blijven de bloemkoolwolken scherp
aan de bovenkant, wat betekent dat er (nog) geen neerslag
uit valt. In feite was het ook duidelijk te zien dat de band
als geheel niet echt stérk wilde groeien. Hiervoor is het
nodig dat de lucht een stijgende beweging doormaakt. Die
stijgstromen kwamen hier niet zo heel goed uit de verf, wat
kwam door het grotere buiencomplex dat verder naar het
noordwesten hing. Hierin vonden grotere stijgbewegingen
plaats die echter in de omgeving van de buien door dalende
luchtbewegingen werden gecompenseerd. Nieuwe buienvorming
vóór deze buienlijn uit werd aldus gehinderd en sommige
stapelwolken uit deze rij waren qua verticale afmeting dan
ook even groot of iets kleiner geworden dat de afstand van
de wolkenbasis tot de grond. In dat geval spreken we over
een “cumulus-mediocris” wolk.
In
Bennekom was er dan ook geen sprake van nieuwe fikse buien
die vanuit het noordwesten kwamen binnenzeilen. De wolkenrij
passeerde even later droog en wat later die ochtend kwam het
grote buiengebied daarachter, al uitblussend door met
slechts korte tijd wat lichte tot matige regen.
|
 |
Foto
3, in de loop van de middag gemaakt. Zie de tekst
voor een verdere verklaring.
|
In de loop
van de middag klaarde het wat feller op en kregen we zicht
op een flinke stapelwolk, die hard onderweg was tot het
buienstadium uit te groeien (foto 3). De wolkentop in het
midden van de foto is al tot een behoorlijke hoogte
doorgeschoten en hoewel hij nog een aardige
bloemkoolstructuur heeft, is al te zien dat hij hier en daar
wat vager en vezeliger van structuur wordt, wat iets lager
en iets naar rechts nog wat duidelijker is te zien. Zodra
een stapelwolk aan of nabij de top vezelig gaat zien,
betekent dat dat de wolk gaat verijzen en dat de
neerslagvormende processen op gang beginnen te komen. Dit
werd aldus een vrij kleine, maar felle bui, die overigens op
korte afstand door het noorden passeerde. Zodra een
stapelwolk het buienstadium heeft bereikt, wordt deze
“cumulonimbus” genoemd, en in het geval van een buienwolk
zonder vezelig aambeeld, krijgt deze het achtervoegsel “calvus,”
oftewel “kale” buienwolk.
Aldus werd
Bennekom door de buien nog aardig gespaard, maar de nacht-
en ochtendregen hadden toch nog bijna 12 mm neerslag
opgeleverd. In de avond werd richting het oosten nog een
aantal fraaie stapelwolken gezien, in verschillende stadia
van buienvorming (Zie foto 4, en meer in close-up, foto 5).
Helaas werd het beeld ietwat verstoord door een verbrokkeld
stratus-wolkendek op enige hoogte, maar dat is zeer dikwijls
in ons land het geval. Dat maakt dat buien soms een beetje
stiekem komen opzetten. Niet zelden wordt het uitzicht
namelijk vrijwel geheel door een ervoor hangend wolkendek
verstoord. Pas als het daadwerkelijk donker wordt voelt men
nattigheid, maar dan hangt de bui al erg dichtbij…
|
 |
Foto
4, in de avond gemaakt. Zie tekst.
|
Hoe dan
ook, ditmaal was er nog voldoende zicht op een tweetal
buien, op grote afstand richting het oosten. De meest
rechtse is duidelijk het oudste exemplaar. Het verijsde
aambeeld beslaat een groot deel van de wolk, zelfs op wat
lagere hoogtes lijkt de wolk voor een groot deel uit ijs te
bestaan. Een dergelijke bui kan nog flink wat neerslag
opleveren, maar is al duidelijk over zijn hoogtepunt heen.
De regen vermindert en uiteindelijk wordt het droog.
De
buienwolk tussen de kerktoren en het huis met de twee
schoorstenen (op foto 5 meer in detail zichtbaar) is een
schoolvoorbeeld van een volwassen buienwolk met de typische
aambeeldvormige vezelige pluim op de top. Ziet u zoiets
naderen vanuit de verte, dan kunt u er zeker van zijn dat er
een flinke bui zal volgen. Vanwege dat aambeeld wordt een
dergelijke wolk een “cumulonimbus-incus-cappilatus” genoemd.
|
 |
Foto
5, close-up van foto 4 en vrijwel op hetzelfde
tijdstip gemaakt. Zie de tekst voor een verdere
uitleg.
|
Tot slot
hiervan zien we links hiervan nog een derde grote stapelwolk
zijn best doen om tot een forse bui uit te groeien. Een
echte vezelige structuur is nog niet zichtbaar, maar de wolk
begint wel te verijzen. Dit is dus weer een
cumulonimbus-calvus en het was fraai om deze drie stadia van
buienvorming zo naast elkaar te kunnen zien. Die buien
hingen trouwens best een eind weg, namelijk langs de Duitse
grens in de Achterhoek. Terwijl ze in de loop van de avond
langzaam verder zuidzuidoostwaarts trokken, doofden ze
geleidelijk uit. Ze konden deels ontstaan in een luchtsoort
die door de zon ook in de onderste niveaus onstabiel was
geworden. Rond en na zonsondergang stabiliseerde de lucht
onderin, waardoor de buien van deze voeding werden beroofd.
In de late zomer en het najaar zien we dikwijs dat buien
boven land pas in de late ochtend beginnen te ontstaan en ’s
avonds aldus uitsterven. Boven het relatief warme water van
de Noordzee en het IJsselmeer kan de buienvorming ook in de
avond en nacht doorgaan, omdat daar de atmosfeer van onder
tot boven onstabiel van opbouw blijft.
Wilt u
meer over de wolken te weten komen? Meteo Consult verzorgt
een workshop "wolken-herkennen". Voor details, klik
www.metoconsult.nl
Bron:
Eigen archief , Meteo Consult
|